Merlijn Passier 8-7-1972

Soms denkt Merlijn Passier wel eens: laten we een bom gooien op de hele Nederlandse film-industrie en gewoon opnieuw beginnen. De industrie zit volgens hem vol met mensen die er al te lang zitten. Vriendjespolitiek overheerst. Nederlandse films vindt hij vaak net dagboekfragmenten, zonder verhaal. "Het zijn losse passages, er zit geen kop of staart aan. Ze zijn op een bepaalde manier betuttelend en geforceerd, ook in het provoceren." Tegen dat laatste heeft hij overigens niets. Hij bewondert de moeilijk toegankelijke films van Frans Zwartjes en vond het geweldig dat een jurylid in Israël wegliep bij een scène uit zijn afstudeerfilm De tranen van Castro, waarin een kip werd geslacht.

Merlijn werd de provincie uit gelokt door de spannende, grote stad. Als naïeve filmfreak, heimelijk hopend op roem, meldde hij zich aan voor de regie-opleiding van de begeerde Filmacademie, maar werd daarvoor afgewezen. Op aanraden van een vriend besloot hij zich in te schrijven voor geluid, om zich later de documentaire-regieopleiding, binnen te werken, wat lukte. In '96 studeerde hij af voor montage en in '97 voor regie. Zijn afstudeerfilm, een fake-umentary over iemand die geobsedeerd wordt door lichaamsvocht en het communisme, won twee Gouden Kalveren. Inmiddels is hij een stuk minder te spreken over de Academie, 'een matige school' en 'een afgrijselijk schools, bureaucratisch gebeuren'. De 'kleine en bekrompen' filmindustrie moet ook veranderen, vindt hij, de knuppel moet in het hoenderhok. Maar het gaat de goede kant op. "We zijn eindelijk van de oorlog af."

Hij had een idee voor een generatie Nix-achtig project, maar dat heeft hij afgeblazen, het werd al te vaak gedaan. Nu hij met montage- en filmwerk voor televisie wat geld heeft gespaard, is hij een scenario aan het schrijven voor een speelfilm, Jussumun, over een zelfmoord-club. Ook maakt hij binnenkort een documentaire.

 

    Miriam Kruishoop 4-12-1971

Miriam Kruishoop komt van de Rietveld-academie, waar ze voornamelijk 'experimentele, kunstachtige' films maakte. Ze leerde er hoe ze haar ideeën en gevoelens kon vertalen in een kunstvorm. Het medium film trok haar het meest. "Het realistische ervan en het feit dat je geluid, muziek, beweging, alles kunt gebruiken." Filmen is voor haar iets heel persoonlijks. Ze hanteerde tot nu toe vaak zelf de camera en draaide niet volgens een script, maar vanuit een gevoel of idee, met mensen die ze goed kende. Vive Elle was bedoeld als haar eindexamenfilm, maar mocht niet gebruikt worden omdat ze er geld van het Flimfonds voor had gekregen. Daar had ze niet bij stilgestaan. "Eerst was ik me helemaal niet bewust dat er überhaupt iemand zou gaan kijken, want dat was niet de opzet van het hele gebeuren." Negatieve reacties op Vive Elle overvielen haar dan ook; zelf zag (en ziet) ze het niet als een echte speelfilm, maar als een project.

In Vive Elle werkte ze voor het eerst met dialogen, in het Frans. De Nederlandse, harde klanken vindt ze esthetisch gezien niet mooi. Toch wordt er in haar volgende film, een 'thriller' met Helmut Berger en Thom Hoffman, Nederlands gesproken en voor het eerst werkt ze met een heuse verhaallijn. "Het is een behoefte van mezelf, een ontwikkeling. Eerst begin je met beelden, dan heb je geluid, dan dialogen en opeens begon ik een verhaal te schrijven." Toch vindt ze beelden het belangrijkst. "Een verhaal alleen interesseert mij niet, het droge registreren wat er gebeurt. Ik houd van filmers met een heel eigen vorm, stijl en thematiek. Van Warmerdam, bijvoorbeeld." Haar voornaamste thema: "Mensen die allemaal dingen over zichelf ontdekken en het er moeilijk mee hebben." Ze lacht erom.

 

    Karim Traïdia  22-8-1949

Ze zeggen dat ik een poëtische stijl heb,' zegt Karim Traïdia. "En daar ben ik het wel mee eens. Ik ben een dromer." Hij voelt zich, in alle bescheidenheid, verwant aan Fellini. Over de nieuwe Nederlandse flimmakers is hij enthousiast. "Los van het feit dat ze veel kwaliteit hebben en een sterke wil om mooie, goede films te maken, zie je dat ze ambitieus zijn. Ze willen echt knallen, de grote prijzen winnen." Hij ziet voor Nederlandse talenten ook perspectieven in de rest van Europa. 'Nederland wordt steeds multicultureler en daardoor denkt de Nederlander breder, waardoor hij een breder publiek kan bereiken, ook buiten de grenzen."

Karim, van Algerijnse afkomst en in 1979 naar Nederland verhuisd, maakte De Poolse bruid, een op het eerste gezicht oer-Hollandse film over een boer die een Poolse vluchtelinge onderdak biedt. Er wordt weinig in gesproken en het platteland komt uitgebreid in beeld, net een beetje anders bekeken dan normaal. 'Ik kijk anders omdat ik een andere opvoeding heb gehad. Ik reageer vanuit m'n kindertijd." Een periode waarin hij hard spaarde om iedere dag naar de bioscoop te kunnen en veel Charlie Chaplin-films zag. Graag zou hij in toekomstige projecten vertellen over deze tijd met 'honderd anekdoten per dag'.

Hij is bezig met de film Het water van Nederland, over Nederland als vluchtland door de eeuwen heen. Een film die hij zeker ooit zal maken ('desnoods vanuit m'n graf) is Asiel. "Het gaat over mijn land, het is een verhaal over mensen die worden onderdrukte maar door blijven knokken om hun mening te laten gelden. De tragedie van asielzoekers is wel aanwezig, maar ik geef haar komische tinten. Humor is erg belangrijk. Als je die niet hebt, dan is het over and out."

 

    Mark de Cloe 28-4-1969

Mark de Cloe werkt aan het scenario voor zijn eerste speelfilm, samen met Stan Lapinksi, die ook het script voor De nieuwe moeder schreef. De film, North State, wordt een faustiaanse vertelling waarin een zoon op zoek gaat naar zijn doodgewaande vader. "Het wordt een sprookje voor volwassenen, een avonturenfilm.' Tot nu toe maakte hij veel korte films, ook experimentele. "Meer gedichtjes dan verhalen." Stapje voor stapje ging het er meer toe doen wat er gebeurde. Belangrijk voor hem is dat de vorm en het vertelde één zijn. Hij wil niet zomaar een verhaal verfilmen, maar het met beelden vertellen. Erg tevreden is hij in dat opzicht met Gitanes, een korte film waarin de camera een bed van boven toont waarin zich een relatie afspeelt. Het stormt, sneeuwt en regent er.

Voor de films Lucky Strike en Ralentir won hij in 1992 de Grolsch Film Prijs voor aanstormend talent. Aan het einde van zijn ontwikkeling is hij nog lang niet, de finish wordt nooit bereikt. 'Hard werken, veel doen, veel ervaring' is de beste manier om het vak, want dat is het, te leren. Hij is blij dat hij nu filmmaker is in plaats van vijftien jaar geleden. De scepsis van het publiek begint volgens hem af te nemen, al wordt er bij sneak previews nog wel gejoeld wanneer het logo van het Fonds voor de Nederlandse film op het scherm verschijnt. "Ze voelen zich bekocht, al hebben ze nog geen credit gezien." Maar die scepsis geldt voor heel Europa. "Ook in, bijvoorbeeld, Frankrijk, waar films zwaar gesubsidieerd worden, is het publiek voor de eigen films klein. Het wordt hier gelukkig beter. Maar het is geen Walhalla, natuurlijk."

 

    Hany Abu-Assad 11-10-1961

"Alles heeft een balans, als je ergens geluk hebt gehad moetje ergens anders pech krijgen. Dat is de balans van de natuur," zegt Hany Abu-Assad. Oppassen geblazen dus, want zijn film, Het 14de kippetje, over te hoge verwachtingen en teleurstellingen, opent het Nederlandse Film Festival. "Tja, dan moet het ergens anders slecht gaan. Waarschijnlijk in de liefde, maar dat zien we nog wel." Arnon Grunberg schreef voor Kippetje zijn eerste script en het was Hany's eerste speelfilm. "Gelukkig heb ik niet meteen De Perfecte Film gemaakt. Dan had ik gedacht: wat moet ik nu verder?" Hij heeft zijn oog al weer op verschillende projecten, maar het is nog niet duidelijk welke daarvan uiteindelijk door zal gaan.

Hany ziet als doel dat mensen zich verliezen in zijn films. De kijkers, maar ook de crew, tijdens het maken: "Ik geef aan: daar moeten we heen. Hoe? Kijk maar even. Ik sta langs de zijlijn, laat ze verdwalen en stuur bij waar het moet." Zelf dook hij bij zijn eerste bezoek aan een bioscoop, als jongetje van vijf in Nazareth, onder de stoel omdat hij een paard op zich af zag springen. "Filmen is een en al manipuleren, maar in positieve zin. Een film is goed als hij de kijker belazert, het gevoel geeft 'wow, dit is echt.' Daar betaalt hij voor." Hij denkt bij het filmen dan ook altijd aan zijn publiek, met zichzelf als maatstaf. "Ik ben mijn eigen publiek." Bovendien is hij zijn eigen criticus en zijn eigen leraar. Hij studeerde vliegtuigbouwkunde, maar werd per toeval gevraagd om iemand te assisteren met het maken van een documentaire en rolde zo de filmwereld in, als autodidact. "Ik heb geleerd dat ik nog veel kan leren."

 

    Boris Paval Conen 4-8-1968

Groots en meeslepend, dat moet mijn waarmerk zijn," zegt Boris Paval Conen. "In de zin van originaliteit, durf, lef." Juist daar ontbreekt het volgens hem aan in Nederland. Omdat het geld van fondsen moet komen, wordt compromis op compromis gesloten. Uiteindelijk zijn de dramaturgen tevreden, maar het publiek blijft weg. "En je wilt toch gezien worden, omdat er een reden moet zijn dat je twee jaar de kloten onder je lijf vandaan loopt. Anders is het puur masochisme." Zijn eerste speelfilm, Temmink - the Ultimate Fight, overleefde maar zeven dagen in de bioscoop, maar werd dan ook, volgens Boris bewust, uitgebracht in de week met de meest belangrijke WK-wedstrijden, nauwelijks publiciteit en een slechte traller. Uit angst voor controverse. Hij blijft zelf tevreden over de film en betreurt de Nederlandse voortneuzelende, ingeslapen houding. Over verandering is hij pessimistisch: "Tegen de tijd dat mijn generatie eindelijk de kans krijgt, zit de helft van ons in de commissies en proberen we de aankomende talenten van dan te blokkeren. Nederland is te klein en gematigd om nieuwe dingen toe te laten."

Veel tijd om zich daar druk over te maken heeft hij niet. Na zijn gestileerde, geprezen eindexamenflim Horror Vacui en een project in België, filmde hij een paar afleveringen van Fort Alpha, daarna de rauwe knokflim Temmink, en nu is hij bezig met de montage van een kinderserie voor de VPRO Casa Poetica. "Ik word zot als ik niet met een project bezig ben." Behalve workaholic is hij ook perfectionist. "Ik ben een beetje maniakaal. Mijn kwaliteitszucht is extreem hoog." Hij heeft het vaste vertrouwen ooit nog eens een heel grote film te maken. Misschien iets met science-fiction of fantasy, twee voorliefdes van hem. Maar hoe dan ook 'een film met kloten'.

1

Oorspronkelijk gepubliceerd in HP/De Tijd - 25 september 1998

©2003 Steven van Lijnden