
‘Maar
Tom, ik hou van je!’
‘Ach,
man, flikker op.’
Tom drukte met kracht op de verbrekingstoets
van zijn mobieltje en betreurde dat hij niet de hoorn
op de haak kon slaan. Om toch nog enige agressie kwijt te kunnen, slingerde hij
de telefoon van zich af. Wel naar zijn bed, natuurlijk, waar het ding geen
beschadigingen op zou lopen.
Hij pakte
de stapel foto’s die links naast hem op de grond lag en ging verder waar hij
gebleven was. Op het bed begon het mobieltje
klagelijk te riedelen, maar hij negeerde het zo nadrukkelijk mogelijk, in de
ijdele hoop dat het Chris aan de andere kant van de verbinding op zou vallen.
Een foto van hem en Chris in Frankrijk. Chris’ arm losjes om zijn middel,
beiden wat onnozel glimlachend bij een veld met zonnebloemen. Schattig.
Rrrrrip. Het plaatje ging in de lengte doormidden
en Chris verloor zijn arm, maar dat was nog niet genoeg. Met een tweede ruk op
nekhoogte werd Chris’ hoofd verwijderd van zijn romp. Tom
gooide de snippers op het stapeltje rechts van hem. Hij staarde naar zichzelf.
Niet onaardig om te zien. Goede kaaklijn, donkere ogen, gemillimeterd zwart
haar, redelijk gespierd in een shirt dat het liet zien zonder er al te veel
over op te scheppen. Licht gebruind, zonovergoten, vrolijk, dromerig, naief, te goedgelovig, een blije, blinde eikel. Rrrrip. Hij onthoofdde zichzelf en bleef scheuren tot er
niets meer te snipperen viel.
Volgende
foto. Deze had hij zelf gemaakt. Hij had Chris en Wessel
vereeuwigd in de weer met een camping-kookstelletje,
hun gezichten opzettelijk vertrokken op een manier die toen komisch moest
hebben geleken. Wessel, de jongen formerly-known-as
zijn beste vriend. Wat een fucking cliché. Nooit
gedacht dat hij nog eens zou eindigen als een potentiële kandidaat voor de Jerry Springer show.
Tom besloot dat een schaar meer mutilatie-mogelijkheden zou bieden. Hij krabbelde overeind
uit zijn kleermakerszit en liep naar zijn bureau. Bijna had hij de
krantenpagina vergeten die hij daar had neergelegd, de condoleances. Hij liet
zijn aandacht opgelucht afleiden door zijn mobieltje,
dat weer de tune van Mission Impossible
schetterde. Hij pakte de telefoon van het bed en keek naar de naam die in het
display te zien was: Eric.
‘Hallo?’
Hij klemde het telefoontje tussen oor en shouder.
‘Hiya sweetmeat.’ Eric was nauwelijks verstaanbaar door geroezemoes en
bulderende muziek op de achtergrond. Vermoedelijk de Elixer. Hij stelde zich de
kalende dertiger voor in een veel te strak Hawaii-shirt,
een martini-jigger voor zich op de bar, met een
vinger zijn vrije oor dicht drukkend. ‘Valt er nog iets aan je op te vrolijken
vanavond of is het nog steeds een lage drukgebied met kans op onweersbuien?’
‘Ik heb
vandaag de vakantiefoto’s opgehaald. Ik ben ze aan het versnipperen.’
‘Oh,
lekker melodramatisch. Ben je al in de stemming voor een peptalk?’
In één
beweging onthoofdde hij het overspelige duo met het camping-kookstelletje.
Hij liet de twee helften op de grond vallen en pakte de telefoon met zijn hand.
‘Ik denk dat ik weinig keus heb.’
‘Right you are! Okay, here we go. Jongen, je bent pas drieëntwintig en een lief,
lekker ding en er zijn nog meer dan genoeg van die types waar jij zo van houdt,
met hun hemelsblauwe ogen, hun gebeeldhouwde, glimmende, gladde, torso’s en
golvende gouden haren etcetera. Wacht even.’ Een
lange pauze. ‘Sorry, moest de bar op klimmen omdat er iemand met een really big ass langs kwam. Ze
hebben kennelijk geen deurbeleid hier. Where was I? Anyway, je moet je er overheen zetten. Hoe lang kende je
die jongen nou? Je hebt wat goede sex gehad - ook al
heb je er mij lang niet genoeg over verteld - en dat hij je nou ook op een
ander manier genaaid heeft, tja… Ik had je al gewaarschuwd dat hij a bit of a slut was. He could wear a sign “Open twenty-four hours, over two
thousand served.” Dat zouden
eigenlijk veel meer nichten moeten doen. Maybe it could be
a new trend: je bodycount
met een tellertje op je shirt. Hmmm… zouden ze wel
viltstiften aan een touwtje moeten hebben bij de darkroom.
Maar ik zou zo’n viltstift natuurlijk nooit aanraken, want je weet nooit waar
iemand het ding ge..’
‘Chris kan oprotten, het gaat me om Wessel.’ Tom ging languit op bed
liggen en staarde naar de houten balken in het plafond. ‘Ik ken hem al jaren en
dat hij me zoiets flikt achter mijn rug om… ik zag het niet aankomen... ik weet
niet… het is moeilijk om mensen te vertrouwen.’ Hij liet zijn vinger langs de
filmposter van Lola Rennt glijden
en bestudeerde het stof dat er aan bleef plaken. Er
bleef een glimmende streep op de poster achter.
‘Een
beetje cynisme is a good thing.
Het stikt van de hedonistische macho’s en de back-stabbing
bitches die alleen om sex
en geld geven. Maar er zijn meer dan genoeg oprechte flikkers. Wessel is natuurlijk een complete idiot
dat hij zich door zijn pik heeft laten leiden, maar geloof me, hij zal binnen
de korte keren voor je op zijn knieën liggen, so to speak. Hij is geen echt
foute jongen, you know
that. He loves you.’
‘Staat
hij soms naast je of zo?’ Met zijn mouw veegde Tom de
rest van het poster schoon.
‘Right. And he promised me a real good blowjob en een triootje met Tom Selleck. Ik
bedoel gewoon… people fuck around with relationships.
Ze zijn vaak beperkt houdbaar. Er zijn allerlei claims en verantwoordelijkheden
die vroeg of laat uit balans raken. Maar vrienden geven je liefde èn laten je je vrijheid. Die zijn
uiteindelijk belangrijker.’
‘Dat
moet je Wessel vertellen.’
‘I
did. Hij liep hier naar je te zoeken vanavond, zei
dat je hem ontweek. Hij wilde je vertellen dat hij Chris de deur uit heeft
geschopt.’
Tom staarde naar de nu grijze mouw van zijn voorheen witte
shirt. ‘Hmm…vandaar dat Chris net aan de telefoon
hing en zei dat hij bij me terug wilde komen. Al was zijn versie dat hij Wessel gedumpt heeft.’ Tom klemde
de telefoon weer tussen oor en shoulder om zijn arm
te kunnen bevrijden uit het vuile shirt. ‘Wessel op
zijn knieën, zei je?’
‘Ja,
hoezo, does that turn you on?’
‘Nee,
dank je.’
Eric nam een slok van iets. ‘Heb je zin om me gezelschap te komen
houden? I’m all alone with no
one to hump.’
‘Uhm, okee - al had ik eigenlijk
weer een avondje mokken ingepland - maar met dat laatste kan ik je niet meer
helpen.’
‘I
know.’
‘Ik
kom er aan. De Elixer, toch?’
‘You know me too
well.’
‘Tot
zo.’
Tom trok het shirt uit en liep over de
planken naar de grote eikenhouten kast die naast het raam tegen de muur stond.
Hij vroeg zich niet voor de eerste keer af hoe de eigenaar van het
grachtenpand het ding ooit naar de
zolder had weten te krijgen. De kast was niet echt zijn smaak, veel te veel
krullen en andere barokke onzin, maar hij was solide en ruim en zou
waarschijnlijk niet van zijn plek komen tot hij ooit door de grond zakte.
Aangezien de oude hippie van wie hij de zolder voor een schijntje huurde, geen
geld meer leek te hebben voor de onderhoud van het pand, zou dat best in de
nabije toekomst kunnen zijn. Een blik op de verweerde spiegel in de binnenkant
van de deur onthulde een stoppelbaard die eigenlijk de grens tussen fashionable en zwerver-achtig
al overschreden had, maar hij had geen
zin er wat aan te doen. Dan maar de ruigere look vanavond. Hij haalde een
legergroen shirt van de haak, trok het aan en knoopte het dicht. Hij aarzelde
over het bovenste knoopje. Open. Borsthaar.
Dicht. Geen borsthaar. Toch maar open. Geen gympen maar bruin-leren Timberland boots. Wat
Sculpture over zijn nek gesprayed
om het toch nog een zoetig accent te geven. Voila:
stoer maar gevoelig.
Terwijl
hij zijn dikke winterjas aantrok, zette hij zijn voet op het snoer van het
gloeiende kacheltje en trok het uit het stopcontact. Hij liep naar zijn bureau
om de sleutels te pakken en zag daar weer de krant liggen. ‘Mike Willem Jaap de Beurs. Veel te jong… volkomen onverwacht…
onze lieve zoon, kleinzoon, echtgenoot, vader… altijd in onze gedachten. …in de
handen van de Here God… rust in vrede.’
Een vader.
Hij
maakte een prop van de krant en wierp hem in de vuilnisbak naast het bureau.
Hij raapte de versnipperde foto’s van de grond en gooide ze er achteraan. De
overlevende foto’s keek hij snel door. Landschap, glimlachend stelletje,
stelletje, kusje, kerkje, knoflookmarktje, huisje, boompje, beestje.
Oh, hij
had helemaal vergeten dat dit plaatje er tussen zat. Een foto die de
ontwikkelaar ongetwijfeld had laten blozen. Hij begon hem te verscheuren maar
besloot uiteindelijk dat hij er eigenlijk best goed op stond. En aangezien zijn
gezicht er niet op te zien was, maar dat van Chris wel, zou het misschien nog
eens van pas kunnen komen. Hij gooide hem op het bureau en liet de rest van het
stapeltje op de krant vallen.
Hij pakte
zijn sleutels en liep naar de deur. Aarzelde. Liep terug en haalde de krant uit
de vuilnisbak. Hij streek de pagina glad, vouwde hem in vieren en legde hem op
de torenhoge stapel papier tussen zijn computer en zijn synthesizer. Hij deed
de deur achter zich dicht en kraakte de lange, smalle trap naar beneden af, de
ijzige kou in.
***
© 2004 Steven van Lijnden