
Illustratie: Joris van den Ende

Thomas van der Vent was een onuitstaanbaar saai
individu en was daar trots op. Hij had een turbulente jeugd als een circuskind
achter de rug; zijn ouders waren acrobaten. Ze waren hartelijke, vriendelijke
mensen met een hang naar avontuur en spanning. Ze hadden hun zoon door heel
Europa heen met zich mee gesleept en die had dat prachtig gevonden; hij ontmoet‑
te steeds nieuwe mensen, zag allerlei vreemde steden en culturen. Er waren
echter ook nadelen aan verbonden; er waren meestal geen andere kinderen om mee
te spelen, en als die er al waren bleven ze nooit lang. Hij zag ze nooit terug.
Hij begon zich steeds eenzamer te voelen. Zijn
ouders waren de enige mensen die hij langer dan een jaar gekend had en hij was
doodsbenauwd ook hen te verliezen. De acrobatische toeren die zijn ouders in de
nok van de tent uitvoerden, zonder veiligheidsnet, gaven hem vaak bijna een
zenuwinzinking, maar hij hield zich goed. Hij wilde in geen geval zijn ouders
teleurstellen; ze zouden hem achter kunnen laten. Toen ze hem vroegen of hij
aan de act mee wilde doen zei hij echter: 'nee'. Zijn overlevingsinstinct
overschreeuwde zijn angst om alleen gelaten te worden. Hij ging meestal niet
meer kijken als zijn ouders optraden. Hij bleef in de camper en las om zijn aandacht
van hun gevaarlijke optredens af te houden. Vaak waren het leerboeken; boeken
met nuttige en interessante feiten. Hij had weinig behoefte aan spannende
boeken als detectives en avonturenromans. Het leven was voor hem al spannender
dan dragelijk was.
Op een dag werd er in het circus een speciale
voorstelling gegeven. Er zouden belangrijke staatslieden komen en andere
personen van hoog aanzien. Alle mensen uit het circus poetsten hun beste acts
op en trainden intensief om de mooiste voorstelling samen te stellen die ooit
vertoond was. Zo kwam het dat Thomas zijn vader in de laatste dagen van diens
leven nauwelijks zag.
Op de dag
van de voorstelling zat hij in het publiek. Hij was eerst niet van plan geweest
te gaan kijken, maar zijn vader deed daar zo gekwetst over dat hij had besloten
toch maar te gaan, al zou het hem een hartinfarct kosten. Hij had een boek
meegenomen om zich niet te vervelen. Hij had alle acts al zo vaak gezien dat ze
hem nauwelijks nog konden boeien.
Naarmate het optreden van zijn ouders dichterbij
kwam voelde hij de vertrouwde pijn in zijn maag opkomen. Zijn ouders kwamen de
ring binnen terwijl de clowns nog bezig waren en begonnen via de twee trappen
naar de trapeze te klimmen. De clowns verdwenen en de schijnwerpers gleden naar
boven, terwijl via de luidsprekers de acrobaten werden aangekondigd als 'De
Dappere Domino's'. Hun act was volgens
de luidsprekers 'bloedstol‑ lend', 'gracieus'
en zij 'trotseerden de zwaartekracht en de dood'. Deze aankondiging zweepte de
pijn in Thomas' maag op tot ongekende nieuwe hoogten en hij wenste dat alles zo
snel mogelijk voorbij zou zijn.
Het gebeurde ongeveer halverwege de act en eerst
weigerden Thomas' ogen en hersenen te geloven wat ze hadden gezien. Nee hun
handen gingen niet langs elkaar, ze heeft hem vast, ze heeft hem vast. Hij knipperde met zijn ogen, maar zijn moeder
hing alleen. Het vangnet! Maar hij wist
dat er geen vangnet was. Zijn vader viel nog en maakte geen geluid. Thomas
sprong op en begon over de banken naar voren te rennen, het gillende publiek
opzij duwend. Er is nog tijd als ik snel genoeg ben kan ik hem opvangen en dan
is er niets gebeurd en dan gaan ze weg bij het circus en dan krijgen we nog een
normaal gelukkig leven ik moet hem alleen opvangen. Hij gleed uit op de voorste bank en schampte
zijn hoofd tegen de rand van de piste. Zijn vader lag al op de grond en bewoog
niet. Zijn moeder hing gillend, ondersteboven aan haar benen in de trapeze,
hulpeloos heen en weer zwaaiend. Thomas krabbelde overeind. Als ik hem nou gewoon
opvang... Hij sprong de piste in en
rende op zijn vader af. Hij leek van binnen in brand te staan en zijn benen
voelden aan alsof ze van rubber waren. Er had zich een plasje bloed gevormd om
het hoofd van zijn vader, vermengd met zaagsel. Thomas wilde nog dichterbij
komen om te zien of hij nog leefde, maar zijn benen wilden niet meer en hij
viel op zijn knieen.
'Pappa...'
Het publiek verliet geschokt zwijgend de zaal en in
de piste legde men een laken over het lichaam van Ronald
van der Vent. Zijn vrouw en zoon werden in shock afgevoerd.
Het duurde een paar dagen voordat Thomas weer iets
kon zeggen. Zijn moeder zei in die tijd weinig anders dan 'Ik liet hem
vallen... ik liet hem vallen...'.
Een week later verlieten ze het circus. Zijn moeder
vond een matig betalende baan bij een ziekenhuis en ze gingen wonen in een
vervallen flat. Voor Thomas betekende dit nieuwe leven een rust die hij nog
nooit eerder had gevoeld. De dood van zijn vader had hem getoond wat er
gebeurde met mensen die geen genoegen namen met het saaie, burgerlijke leven en
hij nam zich voor voor de rest van zijn leven een
rustig en saai bestaan te leiden.
Hij maakte op school geen vrienden, omdat hij niet
goed wist hoe hij met kinderen van zijn eigen leeftijd om moest gaan. Zijn
klasgenoten lieten hem meestal links liggen omdat hij zo ongelooflijk saai was.
Hij nam als student nauwelijks deel aan het studentenleven.
Naarmate hij
ouder werd slaagde hij er steeds beter in de perfecte gradatie van saaiheid te
bereiken. Hij was net niet zo saai dat mensen het als bijzonderheid zouden
zien. Hij werd daarbij geholpen door oninteressante bruine ogen, steil bruin
haar met een scheiding net iets rechts van het midden en een saai, driedelig,
effen grijs pak.
Hij kreeg een baan als accountant bij het bedrijf 'Reitsma & Co.' en kwam in een kantoor terecht samen met
een dodelijk saaie collega. Deze Jan Mandrijn was niet met opzet saai. Hij verlangde stiekem naar
avontuur en las Amerikaanse superhelden‑strips
in de lunchpauzes. Hij was echter veel te laf om ook maar iets te doen dat hem
in een situatie zou kunnen plaatsen die hij niet honderd procent in de hand
had.Thomas en Jan raakten na enige tijd bevriend, al bekeek Thomas Jan soms met
medelijden.
Hij had ruim een jaar bij Reitsma
& Co. gewerkt toen er een nieuwe, vrouwelijke collega op het kantoor bij
kwam, die zijn leven voorgoed zou doen ontsporen.
©
2003 Steven van Lijnden